
De prachtige, hoge zaal van de Gentse vlaamse opera was het decor voor de nieuwe voorstelling van Raf en Mich (of was het Mitch) Walschaerts. Getiteld “Wolf”.
Als je de vorige voorstelling “Spaak” gezien hebt, kan je niet anders dan wolkenhoge verwachtingen koesteren voor Wolf.
We zijn deze keer helaas niet in de wolken geraakt. Maar toch een hoogstaand stukje cabaret dat kommil foo in elkaar geknutseld heeft. De korte sketches en muziek worden gelijkwaardig en afwisselend verdeeld over de voorstelling van zo’n 100 minuten.
Het thema “Wolf” slaat op de wolf die bij iedereen vanbinnen schuilt, of toch bijna iedereen, en de wolf uit de drie biggetjes die dromen,huizen of geluk komt wegblazen. Alsof het zijn natuurlijk lot is.
De verhaaltjes en liedjes draaien als een windhoos chaotisch rond elkaar en de broers draaien hier soms rustig, dan weer energiek mee de hoogte in. Tot in de hemel zelf, waar Raf zichzelf dan maar uitroept tot God hemzelve.
Persoonlijk was ik het meest gecharmeerd door de romance van de beer en de eekhoorn, het gedribbel met enjambementen in het nummer van de beenloze voetballer dat escaleert naar een echtelijke caféruzie én het goddelijke slotnummer dat mij wat aan ‘Dear God’ van XTC deed denken.
Wij hebben hem gezien en goedgekeurd en u bent…
De volgende!












